Jongens, het is zover.
Ik ben weg hier!
Ik hoop jullie terug te zien op mijn eigen domein:
Daar lees je alles over het hoe en waarom.
Liefs,
Nicky
Jongens, het is zover.
Ik ben weg hier!
Ik hoop jullie terug te zien op mijn eigen domein:
Daar lees je alles over het hoe en waarom.
Liefs,
Nicky

Niks lekkerders dan met een dik boek op de bank. Lezen is een van mijn grootste hobby’s. Daarom probeerde Frank me over te halen om een e-reader te kopen. Ik twijfelde. Ik vond ze best duur. En het voelt natuurlijk niet als een écht boek. Bovendien lees ik graag in bad. Stel je voor dat je zo’n dure e-reader in het water laat vallen…
En toen kwam Frank op internet een leuke e-reader tegen.
Eentje van het merk ‘It works’ voor nog geen vijf tientjes! Dat leek me wel wat! Mooi om te proberen of het bevalt en laat je zo’n ding in bad vallen, dan is de schade nog te overzien.
Ik kreeg hem cadeau voor de feestdagen en ben dik tevreden!
Wat een uitvinding! Ik ben helemaal om. Het leest heerlijk!
Bovendien is dit apparaatje lekker simpel. Geen moeilijke software, geen moeilijke programma’s. Je computer ziet de e-reader als extra schijf, dus hopla! Je boeken erop en lezen maar! Bovendien kun je er muziek en foto’s opzetten en zelfs filmpjes speelt-ie af. Prachtig!
En dat voor 47 euro! Zoals het merk al zegt: It works!
Eén minpuntje: er zit geen oplader bij, je moet je e-reader opladen aan je computer. Maar dat is op te lossen door een losse oplader te kopen. Of, zoals ik doe, de e-reader mee te nemen naar je werk en ‘m daar aan je computer te hangen. Die staat toch de hele dag aan!
Frank werd steeds enthousiaster en ging zelf ook overstag. Hij wilde ook
een e-reader. Maar hij wilde natuurlijk een échte!
Geen simpel It Works-dingetje. Hij bleef trouw aan zijn favoriete merk en kocht voor 179 euro een heuse Sony e-reader. Het nieuwste van het nieuwste.
Een e-reader met Wifi!
Mooi ding, hoor.
Maar de software is iets ingewikkelder dan die van mijn ereader.
Telt u even mee? 1-0 voor Nicky!
Je kunt er foto’s en muziek op zetten maar filmpjes niet.
2-0 voor Nicky!
En het scherm is zwart-wit terwijl het mijne kleur is.
3-0 voor Nicky!
En oh ja, Frank kan browsen met zijn e-reader. Wat daar het nut van is, weet ik niet. Maar oké, oké. Hij ook een punt. 3-1.
“Ha, mijn scherm geeft geen licht,” zei Frank “dus mijn batterij gaat veel langer mee!” Vooruit dan, 3-2.
We kropen gezellig op de bank met onze e-readers. Tot het donker werd.
En in de winter is dat best vroeg.
Frank kon niet verder lezen, terwijl ik rustig door las op mijn verlichte schermpje. Ha! Toch 3-1!
Gelukkig hebben ze bij Sony een oplossing bedacht. Een hoesje voor je e-reader, mét een ingebouwd lampje! Jammer genoeg bleken de hoesjes overal uitverkocht te zijn.
Na wekenlang stad en land afgelopen te hebben, gaven we het op en deden we een poging bij bol.com. En daar lukte het! Gisterenavond hebben we ‘m besteld en vandaag hadden we het hoesje al binnen.
En ja, hoor! Het werkt! Ook Frank kan nu ‘s avonds lekker lezen!
Met zijn e-reader in zijn e-reader-hoesje-met-lampje.
Klein minpuntje? Het hoesje voor zijn e-reader kostte 50 euro.
Net zo duur als mijn e-reader.
4-1.
2011 begon voor Michelle in Parijs, waar ze samen met Tijl vakantie vierde.
Frank en ik brachten Oud en Nieuw vorig jaar gewoon in Amsterdam door.
Liggend onder het logeerbed bij Spike, die zich daar, panisch voor het vuurwerk, verstopt had.
Een nogal apart begin van 2011 dus.
Het werd een goed jaar, dat dan weer wel.
In 2011 ging Mich Carnavallen in Breda, samen met Tijl,
die zijn eerste Carnaval als kuiken verkleed ging.
Er werd een klein beetje geturnd en er werd volop geklust toen we eindelijk ons huisje in Amsterdam vonden.
Mich vierde Koninginnedag en onze inboedel, die zich nog steeds in Breda bevond terwijl wij allang in Amsterdam waren, werd eindelijk verhuisd.
En zo stond mijn Bredase bankje ineens in Amsterdam. En aangezien ik inmiddels aan mijn samenwoon-status gewend ben geraakt, ziet het er niet naar uit dat ik er echt ga wonen. Dus werd het Michelle’s huisje. En zo wonen we ineens bij elkaar om de hoek!
In 2011 kwam Oma naar ons huisje kijken en maakte ze eindelijk de tocht in een rondvaartboot waar ze het al zolang over had.
En in 2011 vierden we op grootse wijze haar tachtigste verjaardag!
In 2011 haalde Michelle haar propedeuse en tijdens haar vakantie werkte zich een slag in de rondte. Ze bracht folders rond, zat bij ‘s Lands Grootste Kruidenier’ achter de kassa en had ook nog haar vaste schoonmaakbaantje. Ze wist een goede bestemming voor haar zuurverdiende centjes. Ze kocht een hondje!
En zo stond 2011 vooral in het teken van dieren.
Van Spike, die zo ziek werd afgelopen jaar, maar gelukkig ook weer opknapte.
En van Boefje, Michelle nieuwe hondje, die binnen no-time al onze harten gestolen heeft. Vol trots showde ze hem op haar negentiende verjaardag voor het eerst aan de familie.
Al met al was er genoeg materiaal voor een leuk foto-overzichtje van 2011, dat dus (niet verwonderlijk) hoofdzakelijk uit foto’s van het beestenspul bestaat. Mijn goede voornemen voor volgend jaar weet ik al: ik ga proberen wat vaker op de foto te komen.
Al met al was 2011 een goed jaar
waar we met plezier op terug kunnen kijken! Op naar 2012!
Wij wensen iedereen een gelukkig en gezond 2012!

Met de komst van mijn hippe, hightech mobiele telefoon bleek ik ineens vierentwintig uur per dag on-line te zijn.
Ik maakte me daar toch een beetje zorgen om. Ik ben al enorm internetverslaafd en zat al constant met mijn laptop voor mijn neus. En nu kan ik altijd en overal internetten!
Maar in de praktijk blijkt mijn internet-telefoon juist dé remedie tegen mijn verslaving.
In plaats van ‘s avonds mijn email te checken, te Facebooken en te internetten, doe ik nu alles ‘even tussendoor’.
Als ik ‘s morgen koffie drink voor ik naar mijn werk ga, check ik de apps van Nu.nl, AT5 en (natuurlijk) Omroep Brabant. Nog even checken wat mijn vrienden te melden hebben op Facebook en ik ben weer helemaal op de hoogte.
Emails die binnenkomen, zie ik meteen. Antwoorden doe ik niet direct, daarvoor heb ik op dat moment dan net weer geen tijd.
Een paar keer in de week ga ik er eens goed voor zitten om een rondje email te doen en iedereen terug te mailen.
Voor mijn weblog-activiteiten blijkt mijn speeltje niet goed te zijn. Mijn log-frequentie had al een dramatisch dieptepunt bereikt, maar nu is het hek helemaal van de dam. Foto’s en kleine berichtjes die geen log waard zijn, zet ik via mijn mobiel in een oogwenk op Facebook en van logjes schrijven komt helemaal niks meer. Beetje jammer.
En dat terwijl ik de WordPress-app gedownload heb op mijn übercoole telefoon. Misschien moet ik die eens eens uitproberen. En uitzoeken of er een slimme app is die ervoor zorgt dat je inspiratie krijgt…
Tot die tijd wens ik jullie allemaal hele fijne Kerstdagen!
klik voor groter
klik voor groter
Lang geleden, nog voor ik geboren werd, overleed mijn oma. De moeder van mijn moeder. Ze was nog niet zo heel erg oud, maar ze had een zwaar leven achter de rug, zoals vrijwel iedereen van die generatie.
Mijn opa was stationschef en het hele gezin woonde in een klein huisje naast het station. Mijn oma voedde elf kinderen op, zonder stofzuiger, zonder wasmachine, zonder magnetron.
Als ik aardappels schil, moet ik altijd even aan haar denken. Hoeveel kilo’s zou zij geschild hebben in haar leven?
Mijn Oma had geleerd voor coupeuse, maar ze was huisvrouw en moeder. Ze stond altijd als eerste op om de kachel op te stoken voor ‘de jongens’. Haar man en haar zonen. Ze droeg altijd een schort, die meestal vol vlekken zat. Ze ging nooit uit, ze ging nooit ergens heen, ze kwam nergens.
Toen ze overleden was vonden haar kinderen, tijdens het uitzoeken van haar spulletjes, twee oorbellen. Ragfijn bewerkte oorbellen van goud. Niemand wist hoe ze eraan kwam. Niemand wist hoe het kon dat mijn Oma zoiets moois in haar bezit had. Niemand had haar de oorbellen ooit zien dragen.
De oorbellen zwierven door de familie, werden vermaakt tot broche en lagen lang bij een tante in een kastje. Tot de broche door een nicht gevonden werden. Die wist een mooie bestemming voor het sieraad.
Ze bracht het naar een juwelier en liet de broche weer vermaken tot de twee originele oorbellen, die vervolgens ieder tot een tot hanger vermaakt werden. Twee stuks. Voor de enige (nog levende) dochters van mijn Oma. Een voor mijn moeder. Een voor haar tweelingzus.
Ik vond het sierraad fascinerend. Zo’n prachtig sieraad, zo fijntjes, zo mooi. Een pauw, met gouden staartjes, op een schildje van goud. Volgens de juwelier die het heeft vermaakt is het echt goud.
Hoe kwam Oma daar toch aan? Waar kwam het vandaan?
Uit Nederlands Indië? Meegebracht door mijn ooms?
Nee, die ooms leven nog. Die hadden dat nog wel geweten.
Een cadeautje van een gezin waar ze misschien ooit werkte als dienstmeid? Nee, ze is nooit dienstmeid geweest.
Niemand die het wist. Het bleef een groot mysterie.
Ergens vorig jaar keek ik een uitzending van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ en ineens wist ik het! Als iemand het kon weten, waren het de kenners van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die zo prachtig kunnen vertellen.
En verdorie! Ze zouden ook nog naar Amsterdam komen voor het nieuwe seizoen. Enthousiast bestelde ik kaartjes en haalde de hanger van mijn moeder op. Zorgvuldig bewaarde ik de hanger in mijn nachtkastje, samen met de toegangkaartjes voor ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Het lidmaatschap voor een jaar van de Avro dat ik er gratis bij kreeg (zucht), liet ik meteen stopzetten. En ongeduldig wachtte ik op de grote dag.
Op een winderige dag in oktober toog ik naar het net heropende Scheepvaartmuseum in Amsterdam, waar ik op het binnenplein lang moest wachten. Ik kon het museum niet bekijken, want ik moest wachten tot het nummer dat ik kreeg toen ik binnenkwam omgeroepen werd. Dus wachtte ik, samen met tientallen anderen.
Ik zag veel ingepakte schilderijen en veel boodschappenkarretjes volgepakt met oude schatten. Maar ik zag vooral veel herhalingen van uitzendingen van ‘Tussen Kunst en Kitsch’ die op schermen uitgezonden werden terwijl ik zat te wachten. En het dak van de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum was bij daglicht een stuk minder indrukwekkend.
Toen mocht ik eindelijk naar binnen.
Ik sloot aan in de rij bij de ‘sieraden-deskundige’.
De mevrouw voor mij had een prachtig sierraad bij zich.
Een collier gemaakt van spelden die vroeger op kappen van klederdrachten zaten. En hoe bijzonder! De spelden waren van verschillende provincies. Een behoorlijke bom duiten waard!
Als ze tijd had, mocht ze wel bij Nelleke (Nelleke van der Krogt, de presentatrice) aan tafel om gefilmd te worden. Moest ze alleen wel even verbaasd reageren en niet laten merken dat ze bedrag van haar ‘schat’ al te horen gekregen had.
Al die verbaasde, opgetogen gezichten in de uitzending zijn dus gespeeld. Verdorie, weer een illusie aan duigen!
Toen was ik aan de beurt. Ik opende het doosje met de hanger, zette hem voorzichtig op de tafel bij de expert en pakte pen en papier om zijn opmerkingen te noteren. Tenslotte zat mijn oude moedertje thuis te wachten op mijn telefoontje. Benieuwd of ik iets aan de weet gekomen was over de mysterieuze oorbellen van haar moeder.
Ik was snel klaar met schrijven.
Sterker nog; ik hoefde niets op te schrijven.
Ik kon het zo wel onthouden.
Ik geloof dat ik in de categorie ‘Kitsch’ viel.
Gemaakt in Nederland of België, rond 1890-1900.
Emotionele waarde natuurlijk, maar verder hooguit 100 euro waard.
Dat was het. Meer kon men er niet van zeggen.
Jammer. We zullen nooit weten waar de oorbellen van mijn Oma vandaan kwamen. Moge duidelijk zijn dat ik niet bij Nelleke aan de tafel plaats mocht nemen.
Ik ging gewoon weer naar huis. Met mijn waardeloze oorbel. Gedegradeerd tot kitsch, maar voor mij van onschatbare waarde.
Omdat-ie van mijn Oma was.
Omdat niemand weet waar hij vandaan komt.
En omdat dát het sierraad eigenlijk alleen maar mooier maakt.
Omdat ik weet dat mijn Oma haar prachtige oorbellen nooit gedragen heeft.
Maar ik kan me voorstellen hoe ze, als ze even één minuutje over had, voor ze ging slapen na een lange dag of voordat ze kachel opstookte voor haar gezin op een donkere ochtend, haar oorbellen even uit hun doosje haalde.
Ik denk, hoop en geloof dat ze er naar keek en genoot van de schoonheid ervan. Net zoals ik nu.
Want het mag dan nu officieel Kitsch zijn, voor mij is het heel bijzonder!
PS: de nieuwe uitzendingen van Tussen Kunst en Kitsch worden iedere woensdagavond uitgezonden op Nederland 1.
Oh ja, ik kom dus niet in beeld.

Toen ik voor het eerst in Frank’s high-tech-huis kwam, was ik reddeloos verloren. Als ik als eerste wakker was, wist ik niet hoe de tv werkte en hoe ik een kopje koffie uit zijn espresso-machine kon krijgen. Zeven jaar later krijg ik de tv nog steeds niet aan de praat, maar dat boeit me niet. De espresso-machine kan ik inmiddels blindelings bedienen.
Slaapdronken wankel ik ‘s morgens naar het apparaat, druk op een knopje en geniet van een lekker bakje espresso om wakker te worden. Altijd vers gemalen, nooit problemen. Vooral omdat vriendje-lief er ‘s avonds altijd voor zorgt dat de bonen en het water bijgevuld zijn voor mijn eerste bakkie ‘s morgens.
De laatse tijd begon het Heilige Espresso-apparaat kuren te vertonen. Hij moest steeds vaker ontkalkt worden en gaf steeds minder koffie. En de koffie die hij gaf, smaakte ook veel minder goed. Voor het geval van ‘je weet maar nooit’ haalde ik alvast mijn filter-koffiezetapparaatje op uit mijn eigen huis, inclusief gemalen koffie en koffiefilters.
En afgelopen dinsdag was het zover. De espressomachine hield ermee op en wij schakelden over op filterkoffie. Het was even wennen, vooral voor Frank die een traantje wegpinkte toen zijn geliefde koffie-vriend na tien jaar trouwe dienst en talloze bakkies troost definitief de geest gaf.
Op woensdag liep ik tijdens een shopsessie op mijn geliefde Osdorpplein de BCC even binnen. Gewoon, om eens te kijken. En daar zag ik zo’n zelfde espresso-machine als Frank had! Een iets nieuwere versie, maar hetzelfde principe.
En aangezien ik tegenwoordig ook buitenshuis erg high-tech ben,
what’s appte ik meteen een fotootje naar Frank. “Showmodel. In de aanbieding. Doen?”. Het antwoord was kort en bondig. “Ja!”.
De verkoper pakte het showmodel voor me in. De handleiding ontbrak maar die scheen via internet makkelijk te downloaden te zijn. En daar stond ik, bij mijn fiets. Met een geinproviseerde draagtas met daarin een loeizwaai, onhandig groot espresso-apparaat. Lopen? Hm, da’s best een eind.
Dus vermande ik mezelf. Heel Amsterdam vervoert alles op de fiets. Huisraad, kinderen, boodschappen, huisdieren, wasgoed. Een espresso-machine zou dus ook wel lukken.
Met het espresso-apparaat aan mijn stuur, trappend met één been en gevaarlijk slingerend, kwam ik warm en bezweet thuis aan, waar we enthousiast het espresso-apparaat uitpakten en aansloten.
Hem aan de praat krijgen, bleek niet simpel, zeker niet zonder handleiding. En die was natuurlijk niet via internet te downloaden.
Na lang zoeken en proberen hadden we het apparaat eindelijk aan de praat. De koffie was loeiheet en smaakte matig en wij opperden al dat we zouden moeten experimenteren met verschillende bonen. Frank zou de volgende dag de fabrikant bellen om een handleiding te bestellen.
Donderdag al bleek dat het apparaat nog wel koffie gaf, maar slechts druppelsgewijs. Zo irritant! Ik kwam bijna te laat op mijn werk!
Frank belde de fabrikant en vroeg om een handleiding. Hij vroeg ook meteen naar een oplossing voor het druppelen van de koffie. De onvriendelijke man van de klantenservice weigerde hem ook maar iets te vertellen en beloofde alleen een handleiding te sturen.
Googlen hielp ook niet. Veel mensen vroegen om de oplossing voor het druppelen van de koffie. En om een handleiding.
Vrijdag kreeg ik op mijn werk een what’s app van Frank. “Dat k-ding lekt! Terug!”
Zaterdag leverden we het apparaat weer in bij het BCC-filiaal. Het was een perfect showmodel maar om koffie te zetten was-ie compleet waardeloos.
Met een nóg nieuwere versie van hetzelfde espresso-apparaat vertrokken we weer, met de tram deze keer. En mét handleiding.
Een half uur later zaten we al aan de koffie. Een lekkere, hete bak espresso, precies zoals we wilden. Met één druk op de knop, gewoon zoals het hoort! Terwijl we van ons tweede bakkie zaten te genieten, ging de bel en stond de postbode voor de deur.
Met een pakketje.
Goh. Spannend.
Te midden tussen al het vulmateriaal in de doos, zat de handleiding van de ramp-espressomachine, die al lang weer terug naar de winkel was. Een twintig pagina’s tellend boekje, verstuurd in een enorme doos.
Van service hebben ze nog nooit gehoord, van verspilling duidelijk wel!
We hebben nog overwogen de handleiding via Marktplaats te verkopen aan de hoogste bieder. Maar uiteindellijk hebben we ‘m gewoon weggegooid.
Want voor mensen met de Siemens TR529NL heb we maar één advies.
Koop een andere!

Jarenlang bracht ik op zaterdagmorgen mijn dochter naar turntraining. Ik bracht haar naar de turnhal, reed weer naar huis en schonk nog een kop koffie in.
En ik gniffelde eens om al die voetbalmoeders die op dat moment stonden te kou-kleumen langs de lijn om hun oogappel aan te moedigen.
Afgelopen weekend was het mijn beurt om in alle vroegte te kleumen op een veldje. Niet voor een voetbaltraining, maar voor een puppytraining van Michelle’s hondje Boefje.
Om negen uur ‘s morgens zaten we al in de tram. Daarna namen we de bus en zo belandden we op een veldje in the-middle-of-nowhere (lees: Badhoevedorp) waar Boefje samen met twee andere honden les kreeg in van alles en nog wat.
Maar ach, Boefje kroop in de bus zo lekker tegen me aan. Het zonnetje scheen. En het was zo leuk om te zien hoe hij die grote honden toch een beetje eng vindt.
Boefje kon feilloos zijn verstopte speeltje vinden (hij is zó slim) en hij leerde in één les een high-five geven (had ik al gezegd dat hij zó slim is?). En het was zó leuk om hem door de tunnel te zien rennen.
En de lunch na afloop, samen met Mich, bij ons favoriete eettentje Casa e Cucina maakte het helemaal goed.
Jammer dat de overheerlijke wrap met kip en avocado weer op was.
Nu moeten we wéér terug!