Wegwezen.

Photobucket

Na twee volle dagen inpakken maakte ik doos nummer negentig dicht en was mijn Bredase huisje helemaal leeg. Het was een uur of half één 's nachts; om acht uur de volgende morgen zouden de verhuizers komen. Ik besloot voor de laatste keer de brievenbus te legen.
 
En daar trof ik de offerte van het verhuisbedrijf aan ('graag getekend retour sturen') samen met de factuur ('graag betalen voor de verhuizing'), die per abuis naar mijn 'oude' adres gestuurd waren. Ik was te moe om me er druk om te maken, kroop in bed (of liever gezegd: ik ging liggen op mijn matrasje op de vloer) en viel als een blok in slaap.
 
En gelukkig; de volgende morgen stonden ze er! Mijn verhuizers! Een beer van een kerel, compleet met oorbellen, matje in zijn nek en tot aan zijn polsen getatoeerd, gevolgd door zijn twee maten. Met een minder imposant uiterlijk, maar eveneens verrassend sterk.

Met behulp van hun verhuislift hadden ze in anderhalf uur tijd mijn hele inboedel in de verhuiswagen staan. De twee 'kleintjes' gingen door naar een andere klus en ik reed met 'de Beer' mee in de verhuiswagen naar Amsterdam.
 
Na jaren gewerkt te hebben tussen dertig vrachtwagenmonteurs ben ik wel gewend aan stoere, ruige kerels, dus het werd een gezellig ritje. We kletsten onszelf als oude bekenden de file door, met als lachwekkend hoogtepunt het kopen van broodjes bij een benzinepomp. Daar stond ik, gemoedelijk in de rij voor de kassa met mijn stoere tattoo-boy aan mijn zijde. Ik ben geen klein meisje, maar naast hem…

In Amsterdam stonden twee verse verhuizers op ons te wachten. De verhuislift werd strategisch opgesteld, de vierde verdieping vormde geen probleem. De takken van de boom voor het gebouw, waar de lift doorheen moest ook niet.

Het in het midden scharnierende raam echter wel. Dus konden alleen planken en kleine dozen met de lift. De zware stukken werden door de verhuizers via het smalle trappenhuis naar de vierde verdieping gesjouwd. Vooral de wasmachine was een feest!

Op vier hoog kon ik niet meer doen dan nagelbijtend heen en weer lopen, in afwachting van mijn spullen, ondertussen broodjes en verfrissende drankjes aanbiedend aan de verhuizers. Op een snel kopje thee (!) na, werd alles resoluut van de hand gewezen door de twee Amsterdamse verhuizers.

De Grote Beer daarentegen werkte broodjes kaas, koekjes en blikjes fris weg. Maar ze werkten stug door en om drie uur 's middags stond alles binnen en nam ik hartelijk afscheid van mijn hulptroepen.

Ik zag door de dozen het bos niet meer. Het huisje is al niet zo groot, maar met negentig verhuisdozen erin kon je werkelijk je kont niet keren. Maar met een beetje tactisch stapelen, creeerde ik voldoende ruimte om wat meubels in elkaar te schroeven.

Inmiddels zijn we een week verder. Langzaam komt er wat orde in de chaos, de meubels staan min of meer op hun plaats. Het grote uitpakken is begonnen. Ik tel af. Nog ongeveer veertig dozen te gaan…